ljubjana-copy

Ljubjana – press quotes

”Their meaning is self-evident, that in today’s creative music, every idea is not only acceptable but also necessary.”

by Tim Niland, to read the full review: Music and More

”Parmi toute cette génération de musiciens entièrement au service de la musique et qui ont depuis longtemps remisé leur ego (Pascal Niggenkemper, Frantz Loriot ou Joachim Badenhorst, à suivre de toujours plus près), cette formation à la tonalité élégiaque quelle que soit la forme prise se plaît à assembler les genres dans une volonté de syncrétisme et se positionne ainsi à la pointe d’une forme de modernité.”

par Nicolas Dourlhès // Publié le 23 octobre 2016 pour Citizen Jazz

 full review by Guy Peters, for Enola:

van 2015 plaatsvond. Gelukkig kon de meerderheid van de concerten plaatsvinden in de ondergrondse zalen van het gigantische Cankerjev Dom. Een van de hoogtepunten die we daar meepikten, was het concert van het Carate Urio Orchestra, dat het publiek helemaal op z’n hand kreeg met een concert dat al net zo’n opmerkelijke passage was als die van het jaar ervoor op Jazz Middelheim. Nu is de muziek ook beschikbaar als nieuwste deel in de Ljubljana Jazz Series van Clean Feed.

En zo komt Badenhorst z’n belofte na dat 2016 een interessant jaar voor CUO-liefhebbers zou worden. Het is bovendien ook wel interessant om het eerder dit jaar verschenen Lover naast Ljubljana te leggen. De line-up van de band is grotendeels gelijk (enkel Sam Kulik wordt hier vervangen door trompettist Eiríkur Orri Ólafsson) en veel van de tics en sterktes die hen typeren keren nu terug, maar tegelijkertijd werd dit ook een heel ander album. Dat de band een dag had uitgetrokken om nieuw materiaal te ‘construeren’, zal er voor iets tussen zitten. Dat materiaal werd vervolgens uitgevoerd met en zonder publiek en Ljubljana put uit beide dagen, maar volgt helemaal de chronologie van het concert.

Een paar drumslagen en vervolgens kom je met “Winterthur / Accords Dans L’Air” meteen weer in die weelderige, melancholische wereld terecht. Met slechts twee blazers, maar bij momenten toch met een grandeur die je associeert met grotere bezettingen. Het is een processie van een organisch blok dat gaandeweg begint te ontrafelen en vertragen, waar slinks stemmen in opduiken. Iele keelklanken, wartaal, gemurmel, een half afgeluisterde conversatie, een overgang naar een aanvankelijk etherische, filmische passage die later leidt tot een vrije stoom van grommende bassen, zeurende klarinet en piepende viool. Dichtgepakt en woelig schurend, en nét daar kan dan teruggekeerd worden naar het beginthema, deze keer met dubbele impact.

Het is Carate Urio Orchestra ten voeten uit en je bent vertrokken voor een merkwaardige luisterbeleving die voert langs kleine, intieme momenten vol ongebruikelijke klanken die, zoals in “Epic Silent”, leiden tot een wiegende, folk-achtige hypnose. Maar even later beland je via een vrije duopassage van Brice Soniano (contrabas) en Joachim Badenhorst (klarinet) in een universum van vervreemding, vol duistere drone-achtige golven en grauwe texturen (“Amemasu”), die aanleunt bij wringende, haast machinale noise. Tot dan ziet het ernaar uit dat Ljubljana stevige kost gaat worden.

Maar kijk, via grillige klankspelletjes, waarin vaak een sleutelrol is weggelegd voor tweede bassist Pascal Niggenkemper, zit je ineens weer bij “Chhia-chãm”, een onweerstaanbaar brokje delicate soulpop dat herinnert aan “År Antiphon” van Lover, met opnieuw een sleutelrol voor de falsetto van Sean Carpio en met de hele band als een doowop-koortje in een ondersteunende rol. Dat leidt op zijn beurt tot het Ethio-getinte thema van “Turning Inwards, Like A Glove”, dat echter geen uitbundig festijn wordt, maar een broeierige verkenning met een dubby sfeer, terugkerende blazers en een spacey uitwaaierende gitaar. In “Sola Ni Mayagali” wordt een ingenieuze spreidstand uitgevoerd, met eerst een abstract hoorspel en vervolgens een tedere hymne met fragiele zang van altviolist Frantz Loriot en een fraaie tenorsolo van Badenhorst, waarmee de groep op ingetogen manier toch een maximale impact bereikt.

De tegen de industriële chaos aanleunende start van “Conducted” sleept je opnieuw mee in een labyrint. Je bent er geblinddoekt, maar naar goede gewoonte volgt de compensatie doordat de schijnbare willekeur zachtjesaan plaatsmaakt voor bevrijding. We spraken in ons festivalverslag van een fanfare van fragiliteit en euforie, en dat is ook nu de indruk die nazindert: het is muziek die rafelig kan zijn, soms verkrampt met de ontreddering van een gewond dier, maar uiteindelijk geborgenheid vindt in een even eigenaardige als vreedzame en poëtische extase. Ljubljana voelt wat homogener aan dan Lover, maar is ook wat taaier en massiever. Toch spreekt het bijna twee minuten durende applaus aan het einde boekdelen: dit is een band die prikkelt en verwart, maar ook charmeert, geruststelt en ontroert, en dat is een zeldzame en te koesteren combinatie.

Guy Peters