beach

Sparrow Mountains: Press Quotes

”Enough? No, we can not get enough of this album.” (****  Kwadratuur)

(…) This serenity is monitored by the mesmerizing, mysterious vocals of the group members, the long tones of the French violinist Frantz Loriot and by the contributions of the Spanish guitarist Nico Roig which is sometimes reminiscent of Marc Ribot. These ingredients, complemented by a sober dose of electronics, bring the compositions to a high level and give coherence to the album. Especially trumpeter Eiríkur Orri Ólafsson stands out with sultry solos through all the beautiful goings-on. This contrasts with the heady sonic battles between the Icelander and Badenhorst.
Sparrow Mountain is a fascinating musical journey. One of extremes and therefore captivating from start to finish.

Original (Dutch)

(…)Die sereniteit wordt bewaakt door de bezwerende, mysterieuze vocalen van de verschillende groepsleden, de lange tonen van de Franse violist Frantz Loriot en door de bijdragen van de Spaanse gitarist Nico Roig die soms doet denken aan Marc Ribot. Genoemde ingrediënten, aangevuld met sober gedoseerde elektronica, brengen de composities tot een hoog niveau en geven samenhang aan het album. Vooral trompettist Eiríkur Orri Ólafsson profiteert middels zwoele solo’s van al dit fraais. Dit in schril contrast met de onstuimige duels die de IJslander voert met Badenhorst.

‘Sparrow Mountain’ is een fascinerende muzikale trip. Eentje van uitersten en derhalve boeiend van begin- tot eindpunt.

www.jazzenzo.nl

(…) This debut album consists of small and simple songs linked by enigmatic digital and acoustic soundscapes which binded together form one large suite. Tattered post-rock, noise, ambient and impro- fly by, all steeped in the mysterious lyricism inherent in Badenhorst. The sound palette ranges from intimate and fragile (‘Een schoon hemd’) to abstract (‘Comacina dreaming’) to exuberant and monumental (‘Larvae’ and title track ‘Sparrow Mountain’).

Original (Dutch)

(…) Dit debuut bestaat uit kleine en eenvoudige liejes die door raadselachtige digitale en akoestische soundscapes met elkaar worden verbonden tot een grote suite. Er passeren flarden postrock, noise, ambient en impro- allemaal doordrenkt van die mysterieuze lyriek die eigen is aan Badenhorst. Het klankenpalet gaat van intiem en breekbaar (een schoon hemd) over abstract (comacina dreaming) tot exuberant en monumentaal (Larvae en titelstuk Sparrow Mountain)

Focus Knack

(…) ‘Germana’ has a cooking solo of guitarist Nico Roig at the end, but in the first part he lends his frail voice to the fragile start of this song. (…) “Sidereal” sounds very much like a majestic hymn, where Roig’s buzzing guitar riff works almost hypnotic. The mouth of this meandering party is an orchestral ocean: impetuous, wavy, overwhelming. Following is the intimately sung “Laglio” imbued with melancholy and nostalgia, where the musicians softly place whistling effects above or below the melody.(…) In this uncontrollable ocean of soundwaves, Brice Soniano’s bass is still a steady rock upon which the various other instruments crash upon, battering in polyphonic gusts . “Genoeg gedronken,” is sung, after what is probably the most emotional outburst of the CD. Calmly, in an embryonic mood that recapitulates elements of the whole album, Carate Urio Orchestra ends  “Sparrow Mountain ‘with heavenly harmonies. Enough? No, we can not get enough of this album.

(…) ‘Germana’ laat gitarist Nico Roig aan het slot broeierig koken, maar in het eerste deel leent hij zijn frêle stem aan wat als een broos nummer begint. (…)’Sidereal’ heeft bijzonder veel weg van een majesteitelijke hymne, waarin Roigs zoemende gitaarriedel quasi hypnotiserend werkt. De monding van diens meanderende partij is een orkestrale oceaan: onstuimig, golvend, overweldigend. Aansluitend is het intiem gezongen ‘Laglio’ doordrongen van melancholie en heimwee, waar de muzikanten zacht gierende effecten boven of onder plaatsen. (…)In de oncontroleerbare, woeste branding is Brice Soniano’s contrabas echter nog steeds een onverzettelijke rots, waarop de verschillende instrumentale krachten brutaal, in polyfone vlagen, inbeuken. ‘Genoeg gedronken’, luidt het laconiek na wat vermoedelijk de meest emotionele uitbarsting van de cd is. Doodgemoedereerd, in een embryonale stemming die elementen uit het album recapituleert, legt het Carate Urio Orchestra met hemels samenzang ‘Sparrow Mountain’ neer. Genoeg? Nee, dit is een album om geen genoeg van te krijgen.

www.kwadratuur.be

Sparrow Mountain, the CD that our compatriot J.B. made with his miraculous septet Carate Urio Orchestra opens with a soft hum. An Icelander, an Irishman, two French, one Belgian, one German, one Spaniard form ‘his own little orchestra’.

The band is named after the village of Carate Urio at Lake Como.
The pan-European ensemble makes music that passes by like solemn hymns, makes itself big with screaming saxophones and jubilant trumpets and then small again, with sweet words. (…) Daringly they mix free improvisation with art pop and folk rock, add minimal ambient and even go for singer-songwriteresque moments .

Original (Dutch)
Met zacht gezoem opent Sparrow Mountain, de cd die onze landgenoot J.B. maakte met zijn wonderlijke septet Carate Urio Orchestra. Een Ijslander, een Ier, twee Fransen, een Belg, een Duitser, een Spanjaard vormen ‘zijn eigen orkest’. De band is genoemd naar het dorpje Carate Urio aan het Como meer.
Het pan-Europese ensemble maakt muziek die als plechtstatige hymnen voorbijtrekt, zich groot maakt met scheurende saxofoons en jubelende trompetten en dan weer klein wordt, lieflijk met woorden. (…) Met durf mengen ze vrije improvisatie met art pop en folkrock, stoppen er minimalistische ambient tussen en meten zich singer-songwriter allures aan.

De Standaard

(…)with the seven-strong Carate Urio Orchestra—may be the best bridge fashioned so far between the language and temperament of modern improvisers and the things the rock world has been dabbling in over the past few decades: namely, post-rock in all its chamber music, ambient, noise, and drone stripes.

Moving along like one giant sound wave, with peaks and troughs, lulls of mellow songwriting and quiet improvisation punctuated by huge, satisfying crescendi, it strikes the perfect balance between the more abstract flights of improvisation and strong ensemble writing. The long opener “Larvae” materializes as a tentative improvisation, almost as if the players are feeling out the contours of their partnership. Once a rapport is established, they push ahead into Badenhorst’s songwriting, and the piece coalesces into a beautiful, increasingly intensifying motif that reveals their impressive depth of sound. “Germana” juxtaposes sections of spare vocals and guitar with larger thematic pieces that allow the band to really fill out their “orchestra” title. “Comacina Dreaming” is a particularly haunting piece, an almost psychedelic, ambient use of ethereal high pitches that certainly feels as though it’s slid into a world outside of wakefulness, segueing perfectly into the wordless vocal harmonies of “Een Schoon Hemd,” a track reminiscent of Canadian art-rockers A Silver Mt. Zion. A few other tracks also feature vocals, including the absolutely gorgeous “Laglio,” with a melody that would make any number of indie rock bands jealous.

Sparrow Mountain is such a success because it avoids getting pulled into the usual ruts of rock and free improvisation mash-ups; in fact, it takes an altogether different road. There is no shrieking, skronk sax over hard rock jams or wailing, whammy bar-straining guitar solos. Instead, we find a bunch of seasoned improvisers using the explorations of texture and dynamics inherent in improvised music to color in the sketches of Badenhorst’s songs. – Dan Sorellis-

to read the complete review: www.freejazzblog.org

Joachim Badenhorsts solodebuut op Smeraldina-Rima dateert van vorig jaar. Sindsdien was hij een klein jaar in residentie in de Antwerpse Rataplan. Die residentie werd ingevuld met zes concerten, telkens in volledig andere bezetting en met een ander oeuvre. Twee van die concerten vinden nu hun weerslag in een release op Badenhorsts vers opgerichte Klein label. Carate Urio Orchestra was van alle concerten in Rataplan de meest uitgebreide en internationale bezetting. Het septet bestond uit Badenhorst zelf, op klarinet, basklarinet en tenorsax, de Catalaan Nico Roig op zang en gitaar, op trompet de Ijslander Eirkur Orri, de Fransmannen Frantz Loriot enBrice Soniano respectievelijk op altviool en effecten en contrabas, de Ierse drummer Sean Carpio en Duitser Pascal Niggenkemper op contrabas. Allemaal volk dat naast hun eigen goedgevulde carrières al in één of andere bezetting met Badenhorst samenspeelde. Naast die avond in Rataplan werden nog concerten gespeeld in Le Vecteur (Charleroi) en Dok (Gent). ‘Sparrow Mountain’ is een combinatie van de opnamen die op die drie avonden gemaakt werden. Acht (door Badenhorst gecomponeerde) tracks lang gaat Carate Urio Orchestra op zoek naar de grootste gemene deler van jazz, filmmuziek, (atmosferische) noise, folk en het ‘pop’liedje. Opener ‘Larvae’ benadert het dichtst de vrije improvisatie die je zou verwachten van het rijtje muzikanten, met een mooie openingspartij van Badenhorst, die gaandeweg wordt gesaboteerd door gitaar, viool, trompet en slagwerk, zodat het geheel stilaan richting ‘echte’ freejazz lijkt te gaan afdwalen. Maar voordat je er erg in hebt, is daar plots een door de blazers gedragen thema, dat niet had misstaan op een oude plaat van Godspeed You! Black Emperor. Meteen daarna ‘Germana’, een melancholisch liedje, door Roig voorzien van tekst en vocalen, dat gaandeweg in een ritmisch Carate Urio-jasje gehesen wordt.’Sparrow Mountain’ start ook als ‘traditionele’ plinkeplonke – voorzichtig zoekend, om vervolgens het meest meeslepende stuk muziek van de hele plaat te worden: iemand moet hier dringend een film onder steken – liefst iets met kletterende zwaarden en veel galopperende paarden. Tijd voor een rustpunt: ‘Comacina Dreaming’ begint met flinterdunne, af en aanzwellende drones, waarover Loriots altviool voorzichtig haar weg zoekt, om uiteindelijk toch te besluiten in een lyrische climax van de blazers. Badenhorst zingt zelf ook twee songs – voorzichtig en licht onzeker, maar het resultaat mag er wezen. Het door Erik Heestermans van tekst voorziene ‘Een Schoon Hemd’ doet ons onwillekeurig aan het nachtelijke Antwerpen van Willem Elschot denken. De zanglijn van Badenhorst – qua accent ergens tussen het Algemeen Nederlands en het Algemeen Antwerps – wordt prachtig ondersteund door koorzang en een wondermooi trompetmotief van Orri. Het door Badenhorst zelf gepende ‘Genoeg Gedronken’ is een mantra die opstijgt uit zachte kamernoise die ons onwillekeurig aan Penguin Café Orchestra doet denken: “Zeg goat toch is mee/kzegga g’hebt al genoeg gedronken”. Het Orchestra antwoordt met een tegen-mantra: “Nooinigenoeg”.

Gonzo Circus

Zijn eigen label Klein is nog maar pas boven de doopfont gehouden, of rietblazer Joachim Badenhorst ziet de tijd al rijp om met een tweede release naar buiten te komen. “Amai seg men buzze!”, zo leest de binnenkant van de hoes van zijn tweede geesteskind, getiteld ‘Sparrow Mountain’: een trotste Badenhorst kijkt niet zonder zelfrelativering naar zijn jongste album, dat live werd opgenomen tijdens drie opeenvolgende sessies in Antwerpen, Luik en Gent. Niet solo, niet in trio of kwartet, maar met het Carate Urio Orchestra laat de jonge Belg deze keer van zich horen. Het gaat om een zevenkoppig ensemble, in een bezetting met behalve gitaar, trompet, rieten, contrabas en drums verschillende stemmen en een altviool. Deze muziek laat zich bijgevolg niet zomaar in een hokje duwen: de meeste leden van het collectief mogen dan wel een achtergrond hebben binnen het internationale improvisatiecircuit, het materiaal van ‘Sparrow Mountain’ is grotendeels doorgecomponeerd en maakt heel wat genres tegelijk het hof, gaande van epische rock tot minimalistische ambient, zich tussendoor zelfs singer-songwriterallures aanmetend.

In het aanstekelijke openingsnummer ‘Lorvae’ heist het ensemble meteen alle hens aan dek: de gezwollen, heerlijke climax liegt er niet om. ‘Germana’ laat gitarist Nico Roig aan het slot broeierig koken, maar in het eerste deel leent hij zijn frêle stem aan wat als een broos nummer begint. Eiríkur Orri Ólafsson en Badenhorst zelf zoeken elkaar tenslotte hakkelend op in wat een mooie conclusie van dit stuk mag heten. Een collectieve improvisatie loodst de luisteraar als vanzelf naar het aftastende titelnummer. Duidelijk is dat de bandleider zijn muzikanten niet on hold heeft willen zetten: de structuren en het basale thematische materiaal van de nummers liggen vast, maar dat betekent uiteraard niet dat er geen ruimte zou zijn voor improvisatorische wendingen. Zonder de spontane opbouw die de compositie ‘Sparrow Mountain’ in deze gedaante zo meeslepend maakt, was een dergelijke formidabele finale ondenkbaar geweest. Alweer is het gefladder tussen Orri Ólafsson en Badenhorst overigens bijzonder aanstekelijk. Het zijn echter de vocalen die de compositie waarlijk optillen.

Een ruis voert naar ‘Comacina Dreaming’, dat onderweg het gefluit van boten in gedachten roept. De titel verwijst naar een eiland in het Comomeer, waar de Vlaamse en Franstalige gemeenschap ieder jaar een aantal kunstenaars naartoe sturen. Badenhorst viel die eer te beurt en hij kwam blijkbaar met muzikale ideeën terug gekruid door de marine. Het naïeve ‘Een schoon hemd’, waarin de klarinettist en saxofonist zelf zingt, creëert vervolgens weer een virtuele ruimte voor Orri Ólafsson, die zalvend soleert. ‘Sidereal’ heeft bijzonder veel weg van een majesteitelijke hymne, waarin Roigs zoemende gitaarriedel quasi hypnotiserend werkt. De monding van diens meanderende partij is een orkestrale oceaan: onstuimig, golvend, overweldigend. Aansluitend is het intiem gezongen ‘Laglio’ doordrongen van melancholie en heimwee, waar de muzikanten zacht gierende effecten boven of onder plaatsen. De dreiging wordt steeds meer manifest en doet de compositie uiteindelijk helemaal kippen. In de oncontroleerbare, woeste branding is Brice Soniano’s contrabas echter nog steeds een onverzettelijke rots, waarop de verschillende instrumentale krachten brutaal, in polyfone vlagen, inbeuken. ‘Genoeg gedronken’, luidt het laconiek na wat vermoedelijk de meest emotionele uitbarsting van de cd is. Doodgemoedereerd, in een embryonale stemming die elementen uit het album recapituleert, legt het Carate Urio Orchestra met hemels samenzang ‘Sparrow Mountain’ neer. Genoeg? Nee, dit is een album om geen genoeg van te krijgen.

Kwadratuur

(….) Carate Urio Orchestra is his new band, seven on debut ‘Sparrow Mountain’ casual improv to post-rock and folk hops, and occasionally even a dash of noise to add.
The surprise is that Badenhorst sings two songs (‘Een schoon hemd’, ‘Genoeg gedronken’) Dutch, with a recognizable Antwerp accent.

Technically he is not exactly the greatest singer, but his wavering voice in that strange, foreign language sounds very touching. Absolutely to be discovered!

Original (Dutch):

Rietblazer Joachim Badenhorst (zie ook: Mógil) heeft de voorbije jaren een indrukwekkend parcours afgelegd in de geïmproviseerde muziek.

Carate Urio Orchestra is zijn nieuwe band, een zevental dat op debuut’Sparrow Mountain’ ongedwongen van improv naar postrock en folk huppelt, en er sporadisch zelfs nog een scheutje noise aan toevoegt.

De verrassing is dat Badenhorst twee nummers (‘Een schoon hemd’, ‘Genoeg gedronken’) zingt in het Nederlands, mét een ferme Antwerpse tongval.

Technisch is hij niet meteen de grootste zanger, maar zijn weifelende setem in die vreemde, vreemde taal klinkt heel aandoenlijk. Absoluut te ontdekken!

www.humo.be